Een penalty nemen is trainbaar!

,,Ik ging stuiteren. En naar de naden op de bal kijken.” Ik kijk Klaas-Jan Huntelaar aan. Zojuist heb ik hem de meest dodelijke vraag gesteld die je aan een voetballer kunt stellen: ,,Wat ging er door je heen?” We hebben het over de pingel die hij nam in de achtste finale tegen Mexico op het memorabele WK van 2014. Om je geheugen op te frissen: Robben versiert in de 92e minuut een strafschop en gunt invaller Huntelaar de bal. Twee minuten verstrijken voordat keeper Ochoa de verkeerde hoek induikt en wij, uitzinnig van vreugde, de kwartfinale van het WK halen.

,,Maar dat is niet te trainen hoor Bram”, zegt Klaas-Jan over die penalty. ,,Die spanning is niet normaal. Niet na te bootsen.” Dat die druk niet na te bootsen is lijkt mij logisch. Dat het nemen van een penalty – ook onder die druk – niet trainbaar is, gaat mij te ver. En is bovendien te makkelijk gedacht. Helemaal gezien de belangen die er op het spel staan. Daarom, een analyse van de pingel.

‘Richt je je aandacht intern, ga je minder goed trappen. Je gaat namelijk nadenken en de situatie interpreteren.’
Bram MeursVoetbalPsycholoog
Wat de speler moet beheersen

Allereerst, wat moet je nou eigenlijk kunnen om een penalty binnen te schieten? Logischerwijs moet je een aardige traptechniek hebben. Alhoewel, er zijn veel spelers die een bal over elf meter strak bij iemand in zijn voeten of handen kunnen spelen. Sterker nog, als je op een beetje niveau speelt kun je dat tien keer foutloos met je ogen dicht. Heel complex is die vaardigheid niet. Dat spelers missen ligt dus niet aan de traptechniek.

Een andere vaardigheid – enorm onderbelicht en waardoor het vaak wel mis gaat – is het richten van je aandacht. Het is cruciaal dat een speler zijn aandacht voorafgaand en tijdens de penalty zoveel mogelijk extern richt (Wood & Wilson, 2009). Dus op iets wat buiten jezelf ligt. Allereerst omdat bij het trappen van een bal je normaal (onbewust) ook je aandacht extern richt (op je medespeler, de bal, het veld). Richt je je aandacht intern, ga je minder goed trappen. Je gaat namelijk nadenken en de situatie interpreteren. Juist daar ben je als speler sneller toe geneigd als je achter die bal staat op elf meter. Je bent in een keer individueel verantwoordelijk voor het resultaat. Het spel ligt stil en iedereen verwacht dat je hem maakt. Je wordt onzeker of voelt zelfs angst waardoor je motoriek eraan gaat (wordt grover). Gevolg: je bent minder goed in staat een bal over elf meter strak op die plek te trappen waar je hem wil trappen. Ondanks dat je de vaardigheid wel degelijk beheerst.

De rol van de keeper

Die is groot. Op zich is dat vreemd. Onderzoek laat namelijk zien dat wanneer een speler de bal goed raakt en in de hoek schiet, de keeper nagenoeg kansloos is (Jordet, 2012). Tenzij de keeper vroeg gaat, maar dat komt minder vaak voor. Veel vaker wacht hij op het moment van schieten. Dat wordt ook in de hand gewerkt door de spelers die steeds vaker hun aanloop onderbreken en ‘wachten’ op de keeper. Uit de statistieken blijkt dat penalty’s die op deze manier worden genomen, vaker gemist worden dan wanneer spelers hun aanloop afmaken. Beter niet doen dus. Je maakt het de keeper makkelijker en zijn rol dus onnodig groter.

Hoe dan te trainen?
  1. Allereerst door heel vaak een penalty te nemen zodat je trap (nog) vaster wordt. En niet telkens dezelfde hoek pakken, want in de bespreking heeft de keeper vast en zeker te horen gekregen hoe jij je laatste penalty nam. Dus na elke training tien pingels nemen. En om een beetje druk te creëren: pas als je ze allemaal gemaakt hebt mag je naar binnen. Mis je er een, begin je weer op nul. In het basketbal doen ze niet anders. Pas bij 50 vrije worpen achter elkaar mag je naar binnen. De achterliggende gedachte is simpel: hoe vaster je bent, hoe groter de kans dat je tijdens de wedstrijd terug kan vallen op die automatismen.
  2. Zorg ervoor dat je je aandacht extern blijft richten. Train dit want zonder dit te kunnen heb je niet zoveel aan je goede traptechniek! Pak een vaste plek waar je naar kijkt en bekijk dat nog gedetailleerder. Zoals Klaas-Jan deed: ga stuiteren en kijk naar de naden op de bal. Of lees het reclamebord achter het doel. Zie weer het basketbal: voor een vrij worp wordt de bal altijd gestuiterd (extern richten van aandacht). Zorg er in ieder geval voor dat je de situatie niet gaat interpreteren want daardoor trap je minder zuiver. Je hersenen sturen immers je lijf aan. Voor het trappen van een bal heb je een externe manier van aandacht richten nodig.

Uiteraard is het bovenstaande geen garantie voor succes – Huntelaar heeft genoeg strafschoppen gemist – maar je creëert in ieder geval voorwaarden die de kans op het maken van de penalty groter maken. Dat is overigens ook precies wat trainen is: voorwaarden creëren zodat de kans op winnen groter wordt.

Penalty feiten:

– Een strafschop om een wedstrijd te winnen wordt veel vaker gescoord (92%) dan eentje die genomen wordt om niet te verliezen (62%);
– Spelers die hun rug keren naar de keeper na de bal te hebben neergelegd, missen vaker;
– Spelers die langer de tijd nemen voor het neerleggen van de bal en ook nog even wachten nadat de scheids gefloten heeft, scoren vaker;

Tot slot

De naam penalty/strafschop is tot slot vreemd gekozen – zoals hier al eerder terecht opgemerkt – en speelt wellicht ook een rol bij het wel of niet scoren. Vrij vertaald betekent penalty namelijk ‘straf’. Vanuit de verdedigende ploeg bezien klopt dit uiteraard. Als nemer dien je echter wel even het vonnis te vellen. Ontelbare onderzoeken laten echter zien dat mensen het leuker vinden een beloning uit te delen dan een straf te geven. Het is een detail, maar daar gaat het uiteindelijk om. Dus waarom niet juist de aanvallende ploeg belonen en de strafschop voortaan een vrije schop noemen? Of ga ik nu te ver?

Meer weten over hoe jij als voetballer je aandacht kunt trainen? Neem eens contact op met onze voetbalpsycholoog Bram Meurs (bram@voetbalpsychologie.nl) voor een vrijblijvend gesprek.

, ,

Gerelateerde berichten

Menu