Schouderklachten? Teamwork vereist!

“Wist je dat er wel 17 verschillende spieren aanhechten op het schouderblad…?”
Voorkomen

Schouderklachten zijn veelvoorkomend. Jaarlijks krijgt 31% van de Nederlandse bevolking ermee te maken1. De NHG-standaard stelt dat in 80% van de gevallen hier een disfunctie thv de subacromiale ruimte (ruimte tussen het schouderdak en bovenarmkop) aan ten grondslag ligt2 waardoor bv. inklemmingsklachten (‘impingement’) kunnen ontstaan3,4.

Verscheidene wetenschappelijke literatuur legt een verband tussen een afwijkende positie en/of bewegingspatroon van het schouderblad en inklemmingsklachten, de ‘rotator cuff’ spieren en/of schouderinstabiliteit5,6,7,8,9.
Het ontstaan van deze klachten wordt vaak geweten aan spierzwaktes of verstoord teamwork van de verschillende spieren rondom de schoudergordel6,10,11,12,13,14,15,16,17.

Teamwork

Wist je dat er wel 17 verschillende spieren aanhechten op het schouderblad en dat de schoudergordel enkel verbonden is aan het skelet door het gewrichtje tussen ons sleutel- en borstbeen?
Om onze schoudergordel, en daarmee arm, goed te laten bewegen tijdens sport en/of werk is een stabiel schouderblad en een gezond bewegingspatroon van groot belang. Hiervoor zijn wij sterk afhankelijk van het teamwork van de spieren rondom het schouderblad. Goed teamwork leidt tenslotte tot betere prestaties.

Van de 17 spieren verbonden met het schouderblad spelen o.a. de Trapezius Descendens (TD), Trapezius Medius (TM), Trapezius Ascendens (TA) en Serratus Anterior (SA) een belangrijke rol in de sturing van het schouderblad tijdens schouder- en armbewegingen. Uit verschillende studies bleek dat, in geval van verstoord teamwork, het vaak ging om een overactieve TD en onderactieve TA, TM en SA6,7,10,11,12,18,19,20.

Je kunt je nu misschien voorstellen dat de verhouding van activiteit tussen de verschillende spieren belangrijk is. Tijdens je training wil je namelijk juist de onderactieve spieren aanspreken (bv. TM, TA en SA) zonder de overactieve spieren teveel te activeren (bv. TD). Bijvoorbeeld een hoge activiteit van de TA en een lage activiteit van de TD  geeft dus een goede TA/TD verhouding.

Gerichte training

Cools et al. (2007)21 deden onderzoek naar specifieke oefeningen met die goede verhouding. Hiervoor onderzochten zij de TD/TA, TD/TM en TD/SA verhouding middels EMG. EMG meet de spieractiviteit door de huid heen. De onderzoekers kwamen op een selectie van gerichte oefeningen met een goede verhouding. Dagelijks worden o.a. deze oefeningen ingezet bij de behandeling van schouderklachten bij PhysioLab. Training leidt zo tot beter teamwork en betere prestaties in jouw sport of het dagelijks leven.

Food for thought

De dagelijkse praktijk bij PhysioLab leert dat overactieve spieren vaak juist zwak zijn. Zij zijn niet sterk genoeg om te voldoen aan de eisen die het dagelijks leven of de sport van de persoon aan hen stelt, maar proberen dit toch uit alle macht. Dit kan tot overactiviteit en pijn leiden.
Het op een gedoseerde wijze trainen van juist de overactieve pijnlijke spier(en), naast de onderactieve spieren, leidt ertoe dat zij weer kunnen voldoen aan de gestelde eisen.
Bij PhysioLab bekijken wij jouw klacht altijd in een breder perspectief.

Heb jij schouderklachten? Ben jij benieuwd of deze veroorzaakt worden door een voor jou nadelig bewegingspatroon van je schouderblad en welke oefeningen jou kunnen helpen?
Maak dan een afspraak met Thomas bij PhysioLab!

Bronvermelding:

  1. Picavet HS, Schouten JS. Musculoskeletal pain in the Netherlands: prevalences, consequences and risk groups, the DMC(3)-study. Pain. 2003;102(1-2):167-78.
  2. Winters JC, Windt DAWM van der, Spinnewijn WEM, Jongh AC de, Heijden GJMG van der, Buis PAJ, et al. NHG-Standaard Schouderklachten. Huisarts Wet. 2008;51(11):555-65.
  3. Maffulli N, Khan KM, Puddu G. Overuse tendon conditions: time to change a confusing terminology. Arthroscopy. 1998;14(8):840-3.
  4. Stevenson JH, Trojian T. Evaluation of shoulder pain. J Fam Pract. 2002;51(7):605-11.
  5. Hallstrom E, Karrholm J. Shoulder kinematics in 25 patients with impingement and 12 controls. Clin Orthop Relat Res. 2006;448:22-27.
  6. Ludewig P, Cook T. Alterations in shoulder kinematics and associated muscle activity in people with symptoms of shoulder impingement. Phys Ther. 2000;80:276-291.
  7. Lukasiewicz A, McClure P, Michiner L, Pratt N, Sennet B. Comparison of 3-dimensional scapular position and orientation between subjects with and without shoulder impingement. J Orthop Sports Phys Ther. 1999;29:574-586.
  8. McClure PW, Michiner LA, Karduna AR. Shoulder function and 3-dimensional scapular kinematics in people with and without shoulder impingement syndrome. Phys Ther. 2006;86:1075-1090.
  9. Warner J, Micheli L, Arslanian L, Kennedy J, Kennedy R. Scapulothoracic motion in normal shoulders and shoulders with glenohumeral instability and impingement: a study using Moiré topographic analysis. Clin Orthop Relat Res. 1992;285:191-199.
  10. Cools A, Witvrouw E, Declercq G, Vanderstraeten G, Cambier D. Evaluation of isokinetic force production and associated muscle activity in the scapular rotators during a protraction-retraction movement in overhead athletes with impingement symptoms. Br J Sports Med. 2004;38:64-68.
  11. Cools A, Witvrouw E, Mahieu N, Danneels L. Isokinetic scapular muscle performance in overhead athletes with and without impingement symptoms. J Athl Train. 2005;40:104-110.
  12. Cools AM, Declercq GA, Cambier DC, Mahieu NM, Witvrouw EE. Trapezius activity and intramuscular balance during isokinetic exercise in overhead athletes with impingement symptoms. Scand J Med Sci Sports. 2007;17:25-33.
  13. Glousman R. Electromyographic analysis and its role in the athletic shoulder. Clin Orthop Relat Res. 1993;288:27-34.
  14. Glousman RE, Jobe FW, Tibone J, Moynes D, Antonelli D, Perry J. Dynamic electromyographic analysis of the throwing shoulder with glenohumeral instability. J Bone Joint Surg Am. 1988;70:220-226.
  15. Pink MM, Tibone JE. The painful shoulder in the swimming athlete. Orthop Clin North Am. 2000;31:247-261.
  16. Sahrman S. Diagnosis and Treatment of Movement Impairment Syndromes. St Louis, Mo: Mosby; 2002.
  17. Scovazzo M, Browne A, Pink M, Jobe F, Kerrigan J. The painful shoulder during freestyle swimming: an electromyographic and cinematographic analysis of twelve muscles. Am J Sports Med. 1991;19: 577-582.
  18. Cools AM, Witvrouw EE, Declercq GA, Danneels LA, Cambier DC. Scapular muscle recruitment patterns: trapezius muscle latency with and without impingement symptoms. Am J Sports Med. 2003;31: 542-549.
  19. Peat M, Grahama R. Electromyographic analysis of soft tissue lesions affecting shoulder function. Am J Phys Med. 1977;56:223-240.
  20. Wadsworth DJS, Bullock-Saxton JE. Recruitment patterns of the scapular rotator muscles in freestyle swimmers with subacromial impingement. Int J Sports Med. 1997;18:618-624.
  21. Cools AM, DeWitte V, Lanszweert F, Notebaert D, Roets A, Soetens B, Cagnie B, Witvrouw EE. Rehabilitation of Scapular Muscle Balance: Which Exercises to Prescribe? Am. J. Sports Med. 2007; 35; 1744.
, , , ,

Gerelateerde berichten

Menu