Overtraining, voorkomen is beter dan genezen

Fysiek

Gelukkig, het voetbalseizoen is weer begonnen! In de blog van deze week gaan we het hebben over het fenomeen overtraining.
Bij PhysioLab zien we vaak dat het begin van een sportseizoen gepaard gaat met het oplopen van overbelastingsklachten. Klachten die kunnen ontstaan als gevolg van overtraining; een disbalans tussen de belasting en de belastbaarheid van de sporter. Overtraining kenmerkt zich door een achteruitgang in prestatie in plaats van een vooruitgang als reactie op training. Bovendien kunnen symptomen als vermoeidheid, concentratieproblemen, andere eet- en/of slaappatronen en depressieve gevoelens voorkomen.

Overtraining wordt beschreven in drie fasen [i]:

Functionele overreaching (FO)
Functionele overreaching wordt door trainers en fysiotherapeuten in het seizoen en-/of de revalidatie doelbewust toegepast. Deze vorm van overreaching wordt functioneel genoemd omdat er geen sprake is van negatieve lange termijn effecten. Na een korte periode van relatieve rust vindt er een supercompensatie plaats waardoor de sporter en-/of revalidant progressie kan maken in zijn of haar programma. Supercompensatie is het herstel van het lichaam na een trainingsprikkel tot boven het oorspronkelijk uitgangsniveau. [ii]

Niet-functionele overreaching (NFO)
Niet-functionele overreaching heeft wel degelijk negatieve lange termijn gevolgen doordat de sporter noodgedwongen zijn/haar geplande trainingsbelastingen of wedstrijden niet of minder goed kan uitvoeren. Hierdoor gaat zijn/haar fysieke gesteldheid achteruit.

Overtraindheidssyndroom (OTS)
Bij deze vorm is er niet enkel sprake van een achteruitgang in prestatie, maar kunnen tevens symptomen als vermoeidheid, depressieve gevoelens, verstoring van het eet- en/of slaappatroon en hormonale veranderingen voorkomen[iii].

Diagnose

In meerdere reviews  komt naar voren dat het belangrijk is andere mogelijke oorzaken van de klachten uit te sluiten voordat de diagnose NFO of OTS gesteld wordt.[iv],[v],[vi]

  • Is er sprake van een onverklaarbare achteruitgang van prestaties, voortdurende vermoeidheid of heeft de sporter meer moeite heeft met het slaap- en/of eetpatroon?
  • Past de trainingsgeschiedenis bij NFO of een OTS?
  • Zijn er trainingsfouten gemaakt met betrekking op intensiteit of eenzijdigheid van de trainingen?
  • Spelen psychosociale factoren gerelateerd aan faalangst, werk, financiën of familie een rol?
  • Het aantal wedstijden of reizen?
  • Wordt er gereisd in verschillende tijdzones?

Of er sprake is van NFO of een OTS is helaas nooit met zekerheid te zeggen omdat dit enkel achteraf gesteld kan worden als men de hersteltijd richting het oorspronkelijke belastingsniveau heeft kunnen bekijken. In het geval van NFO heeft de sporter vaak enkele maanden nodig om te herstellen terwijl bij het OTS vaak meer dan een seizoen nodig is om de draad weer op te pakken.

Naast de bovengenoemde mogelijke oorzaken van overtraning deed Meeusen et al. 2006 onderzoek naar hormonale reacties op inspanning. Men bekeek onder andere de hypofyse; een erwtvormig orgaan dat een belangrijke rol speelt bij hormonproductie. Specifiek onderzocht men het ACTH gehalte en het groeihormoon. ACTH stimuleert de aanmaak van cortisol, welke een rol speelt in de spijsvertering, het slaap-waakritme en de omgang met lichamelijke stress.

De conclusie van het onderzoek van Meeusen et al.[vii] geeft aan dat een hyperreactie van de hypofyse bij NFO aannemelijk is. Wanneer de sporter blijft trainen kan de hypofyse volledig uitgeput raken en kan dit resulteren  in het OTS. Deze gegevens duiden des te meer het cruciaal belang van de juiste afstemming van belasting en belastbaarheid.

Behandeling

Sporters met het type NFO wordt geadviseerd relatieve rust te nemen en een alternatief programma te draaien. In geval van een OTS is het advies om in eerste instantie sportactiviteiten te laten. Daarnaast is het van belang dat de sporter aanvullende therapie zoekt indien er sprake is van bijkomende symptomen.
Duidelijk mag zijn dat men overtraining beter voorkomt dan geneest. Preventief handelen is dus van essentieel belang. Zie ook onze blog van 8 mei waarbij het voorbeeld van Leicester City FC wordt aangehaald: “Hoe minder blessures, hoe beter de resultaten.”[viii]

Men dient alert te zijn op mogelijke vroegtijdige markers en de mate van stress en herstel. Met vroegtijdige markers doelt men op fysiologische markers. Hiervoor wordt gekeken naar het functioneren van de hypothalamus en hypofyse en hartvariabiliteit. Het meten van deze markers is kostbaar en weinig betrouwbaar. Vragenlijsten zijn daarentegen wel aan te raden en populair in het werkveld[ix]. Denk bijvoorbeeld aan de Rating of Perceived Exertion (RPE)[x], Profile of Mood States (POMS)[xi] en de Recovery Stress Questionnaire for Athletes (RESTQ-sport)[xii]. Reactietijd als marker kan ook uitkomst bieden in het vroegtijdig signaleren van overbelasting. Zowel depressie(ve gevoelens) als chronische vermoeidheid doen de reactietijd toenemen[xiii].

Overtraining is een complex fenomeen. Op basis van de kennis van nu moeten we concluderen dat er geen gouden standaard bestaat voor de diagnose. Er is gebleken dat de meest effectieve behandeling (relatieve) rust is. Daarnaast kunnen voeding en bijvoorbeeld ontspanningsoefeningen ook bijdragen aan beter herstel[xiv]. Preventief handelen blijft essentieel.
Het is niet erg om hard te trainen. Integendeel: dit beschermt de atleet juist tegen blessures. Te hard trainen, te lang hard trainen of niet (juist) periodiseren kan leiden tot overtraining. Monitoring van de fysieke gesteldheid van de sporter met de bovengenoemde vragenlijsten kan dit grotendeels voorkomen worden.

Bronnen:
[i] Meeusen et al., 2006; Nederhof et al., 2006a
[ii] J.J. de Morree, 2011; Inspanningsfysiologie, oefentherapie en training
[iii] Meeusen et al., 2004; Uusitalo e.a., 2004
[iv] Meeusen et al., 2006;
[v] Urhausen & Kindermann, 2002
[vi] Uusitalo, 2001
[vii] Meeusen et al., 2008
[viii] Drew B et al. Injuries impair the chance of successful performance by sportspeople: a systematic review. Br J Sports Medicine, 2017
[ix] Nederhof et al., 2008c
[x] Chen MJ, Fan X, Moe ST. Criterion-related validity of the Borg ratings of perceived exertion scale in healthy individuals: a meta-analysis. Journal of sports       sciences. 2002 Nov;20(11):873-899
[xi] McNair et al., 1971
[xii] Kellman & Kallus, 2001
[xiii] Nederhof et al., 2006a
[xiv] Kenttä & Hassmén, 1998

, , , , , , , , , , ,

Gerelateerde berichten

Menu